Stip op de horizon: Van schoolverzuim naar schoolaanwezigheid

Uitval van leerlingen beperken en voorkomen. Dat is een belangrijke stip op de horizon binnen het LANS-project (Leerlingen Allemaal Naar School). Naast het behandelen van schoolweigering zijn er ook plannen om scholen te ondersteunen in het bevorderen van schoolaanwezigheid door workshops aan te bieden en ‘schoolaanwezigheidsteams’ te vormen. GZ-psycholoog Evelyne Karel van De Berkenschutse weet er alles van.

Het thema schoolverzuim staat al sinds 2018 op de agenda van De Berkenschutse. De aanpak van dit probleem valt binnen het LANS-project. Het wordt uitgevoerd in samenwerking met de universiteit van Leiden en biedt schoolweigerende leerlingen en hun gezinnen nieuw houvast. De Berkenschutse ontwikkelde een onderwijs-zorgarrangement waarin de zorg binnen het onderwijs plaatsvindt. Basis van dit arrangement is het behandelprotocol van dr. David Heyne, universitair hoofdocent, voor schoolweigerende jongeren met een angststoornissen en/of depressies. De ervaringen die De Berkenschutse in de behandeling met deze groep leerlingen de laatste jaren heeft opgedaan, worden op verschillende manier gedeeld met de buitenwereld. Bijvoorbeeld tijdens het digitale webinar Berkenbrein en in de regionale samenwerkingsverbanden met scholen.

Roet “We behandelen op dit moment een groep leerlingen volgens het nieuwe behandelprotocol”, vertelt Evelyne. “En verzamelen data om de effectiviteit van het protocol te onderzoeken om te kunnen vaststellen of het een goede methodiek is voor onze doelgroep. Corona gooide roet in het eten. Waar we met LANS juist leerlingen naar school proberen te krijgen, moesten leerlingen nu ineens verplicht thuisblijven. Qua behandeling verschuift de focus dan ook.” In het afgelopen jaar was er meer contact dan ooit tussen het LANS-team en leerlingen, ouders, teamleiders en mentoren. “Omdat we niet wilden verliezen wat we hadden gewonnen”, verklaart Evelyne. “En omdat we ervoor willen zorgen dat de leerlingen aangehaakt bleven bij het onderwijs.”

Inzichten De corona-periode leverde ook nieuwe inzichten op. Evelyne: “We hebben gezien dat digitaal onderwijs voor sommige leerlingen heel moeilijk is omdat zij wegzakten door het gebrek aan ritme, verminderde betrokkenheid en in een isolement dreigden te raken. Zij hebben een stimulans van buiten nodig. Bij deze leerlingen was het gevaar van afhaken groot, vanwege een gebrek aan contact met docenten en medeleerlingen, onderwijsachterstand en daardoor oplopende stemmingsklachten en grote motivatieproblemen.” Leerlingen met sociale angsten vonden thuisonderwijs juist prettig. Bij hen vielen de angst en spanning weg en ze konden zich beter richten op het onderwijs. Na de lockdown stroomde deze groep leerlingen zonder achterstand weer in wat hen uit de uitzonderingspositie haalde en sommigen meer vertrouwen gaf om ook het contact met leeftijdsgenoten weer aan te gaan.

Preventie De grootste openbaring qua verzuim in 2020, is volgens Evelyne dat de focus niet moet liggen op verzuim, maar juist op schoolaanwezigheid. Daarom gaf het LANS-team in het afgelopen jaar een voorzichtige aanzet richting preventie. “Behalve op De Berkenschutse willen we regionaal ook voorkomen dat leerlingen uitvallen en de overstap naar het speciaal onderwijs moeten maken. We hebben hierover gesprekken gehad binnen de regionale samenwerkingsverbanden van scholen, die immers net als wij alle leerlingen van passend onderwijs moeten voorzien.” Momenteel ontwikkelt De Berkenschutse samen met een partner in Leiden een aanbod voor scholen. “In deze workshops gaan we o.a. teams formeren die zich gaat richten op het stimuleren van schoolaanwezigheid”, legt Evelyne uit. “Met deze teams kijken we of en hoe we leerlingen kunnen stimuleren naar school te komen, hoe verzuim vroegtijdig gesignaleerd kan worden om zo te voorkomen dat langdurig verzuim ontstaat.” “We willen in samenwerking met een internationale onderzoeksgroep tot een model komen waarin het bevorderen van schoolaanwezigheid en de vroegsignalering van verzuim centraal staan. Hieraan wordt een internationaal promotietraject gekoppeld, dat Evelyne in samenwerking met de Universiteit Leiden en het LANS-team gaat invullen.


Aandacht en waardering voor Berkenbrein

Een jubileum voor De Berkenschutse. In april 2021 vond voor de tiende maal het seminar Berkenbrein plaats. Anders dan anders, vanwege corona, naar desondanks druk bezocht en goed gewaardeerd. In 2015 startte De Berkenschutse met de Berkenbrein seminars; informatieve en interactieve middagen om kennis, inzichten en vaardigheden te delen met collega’s in het basis-, voortgezet – en beroepsonderwijs. Het Berkenbrein seminar wordt twee keer per jaar (voor- en najaar) georganiseerd. Hier worden thema’s belicht die actueel zijn in onderwijs aan en begeleiding van kinderen/jongeren met epilepsie, chronische ziektebeelden en autismespectrumstoornissen.

Palet In 2015 werd onder leiding van de voormalig onderwijsdirecteur Bram Krol het eerste seminar georganiseerd. In de afgelopen zes jaar is in tien Berkenbrein-edities een divers palet aan thema’s aan de orde gesteld. Met thema’s als ‘brein, emotie en onderwijs’, ‘autisme in het onderwijs’, ‘onderwijs in kader van levensloop’, ‘neurocognitie en leren’, ‘emotie en leren’, ‘rol van slaap in onderwijs’, ‘prikkelverwerking’, ‘leren leren’ en ‘schoolaanwezigheid’.

Online Sinds de coronatijd is het live-event, dat normaliter in ’t Scureken (Kempenhaeghe) plaatsvindt, omgevormd tot een live-webinar vanuit een studio in Eindhoven. Online sluiten er zelfs nog meer bezoekers aan dan in het verleden. In de pre-coronatijd groeide het deelnemersaantal uit van ongeveer 90 tot ruim 300, de maximale capaciteit van de theaterzaal van Kempenhaeghe. In de eerste online editie in november 2020 konden we ruim 500 bezoekers verwelkomen. Natuurlijk speelt ook de belangstelling voor een bepaald thema een belangrijke rol bij de populariteit van het Berkenbrein. Recent (april 2021) bezochten ongeveer 250 personen het Berkenbrein met een inspiratiesessie en interactieve online meeting rond het thema ‘toekomst van het onderwijs’.

Schoolaanwezigheid Schoolaanwezigheid stond centraal in het webinar van november 2020. Zo kregen de deelnemers een toelichting op wat De Berkenschutse aanbiedt binnen het LANS-programma en welke inspanningen worden verricht om de schoolgang te herstellen. Dit resulteerde in veel reacties vanuit andere scholen over leerlingen die vastgelopen zijn binnen hun school. Middels een aantal spreekuren kregen deelnemers aan het webinar de kans om gericht vragen te stellen aan het LANS-team. Bijvoorbeeld over het inrichten van assessments en hoe om te gaan met schoolverzuim bij leerlingen.

Waardering De belangstelling voor het Berkenbrein beperkt zich overigens niet tot onderwijsprofessionals. Ook vanuit andere geledingen (bijvoorbeeld zorg) is grote interesse. De waarderingscijfers spreken boekdelen met waarderingen tussen 7,5 en 8,0 op een 10-puntsschaal. Ook veel gemaakte opmerkingen van bezoekers, zoals ‘zeer inspirerend en leerzaam seminar’, ‘interessant, meerdere invalshoeken’, ‘fijn dat het van theoretisch naar steeds praktischer gaat’ en ‘veel praktische handvatten gekregen’ tonen aan dat het Berkenbrein aan een duidelijke behoefte voldoet. Redenen genoeg om in de toekomst twee keer per jaar een Berkenbrein te blijven organiseren waarin in het post-coronatijdperk een online participatie altijd mogelijk zal blijven.


De lerende organisatie

Hoe breng je de verbinding tussen onderzoek en onderwijs tot stand? Met die vraag worstelde De Berkenschutse. We spraken met GZ-psycholoog Evelyne Karel en Marc Vermeulen, hoogleraar onderwijssociologie Tilburg University, over de oplossing die is gevonden. Binnen De Berkenschutse is in de afgelopen jaren altijd gelegenheid geweest voor het doen van onderzoek. Evelyne constateert dat er in dit onderzoek niet altijd optimaal gestuurd is op opbrengsten. “Samen met onze regisseur van het domein expertise, Ingeborg Westerhof, ben ik gaan kijken hoe we wetenschap kunnen betrekken in het onderwijs en hoe we deze kunnen gebruiken om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. We merken bijvoorbeeld dat leerlingen gedijen op De Berkenschutse, maar hoe komt dat precies? Wat werkt en wat niet?” Om de bestaande kennis naar een hoger niveau te tillen en nieuwe kennis te verwerven, is het project Explore & More van start gegaan. Hoogleraar Marc Vermeulen werd bij het project betrokken vanwege zijn kennis en ervaring bij dit soort trajecten. Hij is al jaren actief in onderwijsonderzoek in Nederland, ingegeven vanuit de behoefte om de onderzoeks- en praktijkwerelden naar elkaar toe te brengen. “Wetenschap en praktijk kennen een eigen dynamiek. Die moet je bij elkaar brengen en over en weer de lol ervan inzien.”

Wat is het eerste doel van Explore & More? Marc: “De Berkenschutse heeft heel veel expertise. Medewerkers zeggen: ‘Zo doen we dat hier gewoon’. Maar ‘gewoon’ is niet zo gewoon. Die bescheidenheid moeten we afschudden. Verder professionaliseren betekent dat we binnen de school de nieuwsgierigheid aanwakkeren. Dat we een werkvorm zoeken waarbij alle medewerkers – ook degenen die hier nooit eerder mee in aanraking zijn geweest - onderzoek kunnen verbinden met de dagelijkse praktijk. En dat op een laagdrempelig en gestructureerde manier.”

Hoe hebben jullie dit aangevlogen? Evelyne: “Begin van het schooljaar was er een centrale kick-off. Als metafoor hebben we een expeditie gebruikt. Ieder schoolteam ontving een boardingpass zodat een afgevaardigde ‘in het vliegtuig’ kon stappen. Zo zijn we met een team van vijftien collega’s gestart. Marc speelde een grote rol bij het enthousiasmeren van de collega’s. We hebben documentaires bekeken, verkend, gediscussieerd en geklankbord.”

En het resultaat daarvan? Marc: “Mensen zijn gaan nadenken over de dagelijkse praktijk over de dingen die ze tegenkomen, die opvallen. Ze hebben ontdekt het prettig te vinden om hierover - schoolbreed - met anderen te praten. Met mensen waarmee ze wellicht nog nooit eerder inhoudelijk hebben gesproken. De Berkenschutse is een brede school met diverse doelgroepen, waar toch dezelfde thema’s aan de orde komen.”

Wat was de volgende stap? Evelyne: “De opdracht was om onderzoeksvragen te gaan formuleren. Marc heeft op basis van zijn kennis en ervaring in een aantal plenaire sessies laten zien hoe en waar je informatie zoekt, hoe je het kaf van het koren onderscheidt, en hoe je je niet laat afschrikken door de hoeveelheid aan informatie. Eind dit schooljaar verwachten we een definitieve onderzoeksvraag en een whitepaper dat het proces beschrijft tot nu toe.”

Blijft het daarbij? Marc: “Absoluut niet. Volgend schooljaar gaan ze echt onderzoek doen. Het is de bedoeling dat De Berkenschutse én de buitenwereld in de dagelijkse praktijk gaan profiteren van de uitkomsten van het onderzoek. Daarmee creëren we sterkere connecties met andere instellingen waar soortgelijke vragen als de onze leven.” Inmiddels tekenen zich vier gebieden af waarbinnen de onderzoeken zullen gaan lopen. Dat zijn 1) de verbinding met loopbaanplanning; 2) didactische vorming, rekenen binnen het basisonderwijs; 3) nieuwsgierigheid en vorming van professionele leergemeenschappen; en 4) breinvriendelijk onderwijs. De vier gebieden zijn heel breed, en daarom wordt gekeken op welke onderzoeksvraag als eerste zal worden aangepakt.

Mee op reis Evelyne: “We wisten en weten niet waar we op onze reis gaan uitkomen. Het is een avontuur. Door wetenschap te downsizen en behapbaar te maken, krijgen we steeds meer vragen van collega’s die nieuwsgierig zijn geworden en mee op reis willen. Dat is heel positief. De uitdaging die we nu graag aangaan is om dat enthousiasme te behouden.”

Emancipatieproces Marc beschouwt het Explore & More traject als een emancipatieproces. “In het onderwijs leeft de behoefte om de sector kennisintensiever te maken. Als je het kennissysteem van geneeskunde vergelijkt met dat van onderwijskunde, dan valt er nog veel winst te behalen. Je wil op gelijke hoogte met elkaar kunnen communiceren. Als je je, als school, niet beweegt, kom je op achterstand. En als ouder van een kind met een neurologisch probleem dat bij Kempenhaeghe komt, wil je maar een ding: te horen krijgen dat er een school is die weet hoe hier mee om te gaan en dat jouw kind op De Berkenschutse moet zijn. Zo komt de wetenschap ook dichter bij kwaliteitszorg te staan. Daarmee wordt het kwaliteitszorg 2.0.”